To fear or not to fear?

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het derde jaar met als onderwerp over de grenzen.

Estland kent een woelige geschiedenis. Het kleinste land van de Baltische staten is sinds het zich losscheurde van de Sovjet-Unie in 1991 het langst onafhankelijk. Sinds de annexatie van de Krim in 2012 zit de schrik er opnieuw in. De aanmeldingen bij het leger en de militaire uitgaven zijn historisch hoog en ook de NAVO is duidelijk aanwezig in de Baltische staten. Maar is er reden tot paniek en wat denkt de Russische minderheid in Estland er zelf van? To fear or not to fear.

Tijdens de val van de Sovjet-Unie is Estland een van de eerste landen dat op 20 augustus 1991 zijn onafhankelijkheid uitroept en krijgt. Een goede kwarteeuw later zijn de Esten deze dag nog niet vergeten.

Het woord ‘vrijheid’ wordt in Estland hoog in het vaandel gedragen en is iets dat niet als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Na een lange periode van Russische bezetting vaart Estland vandaag een westerse koers. Sinds 29 maart 2004 is het land lid van de NAVO en op 1 mei van hetzelfde jaar werd Estland lid van de Europese Unie. Hiermee keren ze op politiek en militair vlak de rug naar Rusland.

Toch is het ondanks de politieke koers en met een bevolking die voor 30 percent uit Russisch sprekende inwoners bestaat, niet mogelijk om de banden met Rusland volledig op te blazen.

Eenmaal een land geproefd heeft van de onafhankelijkheid wil het die niet meer kwijt spelen. De annexatie van de Krim door Rusland was dan ook even schrikken voor de Esten. Het verschil met Oekraïne is dat Estland lid is van de NAVO en dus artikel 5 van toepassing is. Dat stelt dat een aanval op één van de NAVO-landen door de andere zal worden opgevat als een aanval op allemaal en dat alle leden zullen samenwerken om de aanval af te weren. Het spierballengerol van Rusland krijgt dus al snel een antwoord van de NAVO door in 2014 de troepen in de Baltische staten en polen te verhogen. De kans dat het ooit tot een militaire confrontatie komt is nihil omdat het kosten-batenplaatje niet klopt. Toch zorgen de gebeurtenissen wel voor de nodige spanningen. De vraag die zich al snel stelt is hoe de Esten en de Russisch sprekende bevolking met elkaar omgaan en of dit allemaal invloed heeft op de onderlinge relaties?

Na de val van het communisme blijven veel Russische families in Estland wonen. Vandaag voelt deze Russische minderheid zich aan de ene kant nog sterk verbonden met het moederland maar zien ze zichzelf ook niet als 100 percent Rus. Ze omschrijven zich eerder als Russische Esten.

Esten en etnische Russen kunnen over het algemeen goed met elkaar vinden. Toch zorgt de schrik van het verleden en enkele politieke beslissingen voor een vorm van discriminatie tegenover de Russisch sprekende minderheden. Het Duitstalig gebied in België telt 76.328 Duitssprekenden en het Duits is een officiële taal in ons land. De reden dat het Russisch geen officiële taal is in Estland blijft nog vaag maar de angst voor een herhaling van het verleden en een te grote Russische invloed speelt zeker een rol.

De angst om terug onder Russisch bewind te vallen voedt ook het ledenaantal van EDL (Estonian Defence League), een paramilitaire organisatie die met 15.000 vrijwilligers groter is dan het Estse beroepsleger (5000 soldaten). Enkele keren per maand zijn er trainingen en bijeenkomsten. Volgens Silver Fokin, een lid van EDL, zit in elke Estse vriendengroep wel iemand in de EDL.

Terug

De auteur

Elias Hoffmann

De auteur

Midas Vanwynendaele

De auteur

Vincent Cardon

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *