Revalidatieziekenhuis K.E.I. verdrievoudigt aantal eenpersoonskamers

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het tweede jaar met als onderwerp nieuwsjager.

Patiëntenkamer met zicht op zee. Door: Maïté Declerck

 

OOSTDUINKERKE- Met de renovatie van het Koningin Elisabeth Instituut (K.E.I.) in Oostduinkerke die al zes jaar duurt, speelt het revalidatieziekenhuis in op de vraag naar meer eenpersoonskamers. Ze breiden met de gerenoveerde vleugel uit van 23 naar 65 eenpersoonskamers. Dit gebeurt ondanks een toename van het prijsverschil voor de patiënt tussen een- en tweepersoonskamers. Op 19 en 21 december 2017 vindt de patiëntenverhuis plaats naar de vernieuwde vleugel en zo komt een einde aan de laatste bouwfase.

Vernieuwde eenpersoonskamer met zicht op zee. Door: Maïté Declerck

Het K.E.I. blaast dit jaar 60 kaarsjes uit en dit valt samen met het einde van een grondige facelift die ondertussen al zes jaar duurt. Het instituut is een revalidatieziekenhuis dat gespecialiseerde behandelingen en revalidatie aanbiedt na ziekte, ongeval of een operatie. In de vernieuwde eenpersoonskamers benadrukken ze de unieke locatie met zicht op zee.  Ann Soquet, directeur patiëntenzorg: “Het aantal bedden blijft hetzelfde, dat hebben we kunnen behouden in de renovatie fases. Het voordeel in de definitieve fase is dat het ziekenhuis naar 65 eenpersoonskamers en 50 tweepersoonskamers gaat.” Het ziekenhuis beschikt over een opnamecapaciteit van 165 bedden. Zo’n zestig tal patiënten verhuizen eind december naar de gerenoveerde vleugel.

De nieuwe vleugel waar eind december een deel van de patiënten naar toe verhuizen. Door: Maïté Declerck

De infrastructuur van een ziekenhuis gaat gemiddeld 20 tot 30 jaar mee. De eerste reconversie dateert van eind jaren ’80. Het ziekenhuis was in 2011 dringend toe aan een nieuwe renovatie. Het gebouw had een verouderde infrastructuur met gemeenschappelijke kamers. Met de tweede verbouwing zetten ze in op uitsluitend één- en tweepersoonskamers, meer comfort en individueel sanitair. De werken zijn in de loop van de zes jaar onderverdeeld in drie fases. Dirk Jonckheere, hoofd technische dienst en preventieadviseur: “Er is een tijdelijk gebouw van 3000 m² bijgekomen waarin we in drie fases mensen konden onderbrengen. Eerst ging het om de keuken en cafetaria, daarna de volledige verpleegeenheid en in fase drie wordt dat een volledige locatie waar dokters en therapieën in worden ondergebracht.” 

 

Het kostenplaatje van de totale renovatie bedraagt net geen 60 miljoen euro. De federale overheid financiert het project. De officiële opening van het gebouw wordt verwacht in 2018.

De auteur

Maïté Declerck

Profiel E-mail

Student journalistiek