Column: Mag ik?

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het tweede jaar met als onderwerpen column, tekstschrijver.

Staat ze daar. Om elf uur. Vers uit bed. Half slaperig een spiegelei te bakken en uit verveling dan maar een tak muskaatdruiven te verorberen. Het was de laatste. “Wil jij ook iets?”, vraagt ze. Maar dan met een zwaar Frans accent. Het viel wellicht op dat ik plots geen reden meer had om in de keuken te blijven en daar wat treuzelend stond rond te dolen. Natuurlijk zei ik niets. Ik hield mijn gedachten voor mezelf, dus er kwam enkel maar een povere “nee, danku” uit mijn mond. Ik druip het uiteindelijk af met een appel in mijn hand, want mijn oudste broer komt net iets te intiem zijn bijdrage leveren aan het ei.

Zo bevreemdt elke ochtend mij tegenwoordig. Sinds mijn potentieel toekomstige schoonzus ondervond dat ze eigenlijk liever bij ons woont, dan in haar eigen huis. En zich hier vervolgens dan maar meteen installeerde. Het lijkt er ook niet op dat ze van plan is om ooit nog eens naar huis te gaan. Na maximaal drie dagen op kot te blijven in Brussel, komt ze telkens mee met mijn broer naar Oostende. In de vakanties integreert ze al helemaal bij ons. Een oneindig lang logeerpartijtje lijkt het.

Was het nu nog maar bij eentje gebleven. Als ik me omdraai, zie ik in mijn ooghoek een onderbroek voorbijwandelen. Mijn tweede potentieel toekomstige schoonzus. Mijn andere broer haalde het namelijk in zijn hoofd om terug thuis te komen wonen. Vriendin inclusief. Gratis en voor niets. Ik vond het leuk dat mijn broer terug naar huis kwam. Maar nog een zevende gezinslid erbij, is misschien net iets te buitensporig. Niet? Al zeker voor de krappe ruimte die er maar is.

De tweede schoonzus heeft dus nogal de vreemde gewoonte om al haar kleren uit spelen als ze thuiskomt. Of toch bijna allemaal. Elke vorm van schroom lijkt alvast verloren in dit thuis.

Na die sappige appel besluit ik een douche te nemen. Dat kan helaas weleens fout aflopen in een drukbezocht huis. Nietsvermoedend wandel ik een badkamer binnen gevuld met naakte mensen. Geen probleem zou je denken: ik ben thuis. Maar mijn schoonzus hoef ik toch liever niet naakt te zien. Al zeker niet samen met mijn broer onder een douche. Het is vreemd om een gast te worden in je eigen huis.

Als ik de volgende ochtend opnieuw de keuken binnenwandel, staan deze keer de ik-draag-liever-geen-broek-schoonzus en mijn jongste broer achter het fornuis. ’s Ochtends een eitje bakken is hier zo’n beetje een traditie. Hun romantische stemming keert echter plots om naar een kribbig gemompel. De eieren zijn op. Het andere koppel had een leeg doosje achtergelaten. Er volgt een stevige reeks geklaag. Zoiets in de trant van: “Waarom gaan ze niet eens alleen wonen? Zo is het altijd. Ze doen alsof ze hier alleen leven. En ze eten alles op.”

Misschien wordt het eens tijd dat iedereen alleen gaat wonen. Dat iedereen ergens anders eieren gaat bakken, ergens anders gaat douchen en ergens anders zonder broek gaat rondlopen.