Weduwe Ferre Grignard doet een boekje open

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het derde jaar met als onderwerp cultuur & lifestyle.

Foto: Heleen Dekoninck

 

Krie woont in een bescheiden rijhuisje achter de stationsbuurt van Sint-Niklaas. Aanbellen heeft weinig zin, weet ik nu. Na drie pogingen komt er twee huizen verder een tenger, vitaal vrouwtje van 73 jaar met een warrig blond kapsel naar buiten. “Dat is nu toch niet mogelijk! Vijf minuutjes moet ik de buurvrouw helpen en… Kom, kom binnen. De broccollisoep staat al op het vuur.”

Krie De Vylder, geboren op 19 april 1944 te Sint-Niklaas, leeft in de herinneringen van een bijzonder leven. Krie heet eigenlijk Christiana, maar omdat ze als jong meisje altijd rode kaakjes had, noemde iedereen haar “Kriekje”. Op 17-jarige leeftijd trouwt datzelfde Kriekje met Ferre Grignard, een beloftevolle kunstschilder uit Antwerpen. Wat ze dan nog niet weet is dat hij een wereldberoemde skiffle-zanger zal worden en dat haar leven voor altijd anders zal zijn.                                                                                                                                       

De liefde in de Muze

Krie’s ouders waren conservatief katholiek. Als je haar daaraan herinnert, zegt ze overtuigd “ik ook” en toont ze het gouden kruisje dat rond haar hals bengelt. Toen Krie nog een tienermeisje was, ging haar broer studeren aan de kunstacademie in Antwerpen en deelde hij een atelier met Ferre Grignard.

Krie is bang van Ferre, wanneer zijn grote donkere ogen haar aankijken, dus ze wacht af. Een jaar later blijkt dat zowel Ferre als Krie meer willen, maar Krie blijft voorzichtig. “Het heeft heel lang geduurd tot hij een echte kus van mij kreeg. En toen ik dat toch deed, dacht ik gelijk dat ik zwanger was.”

Krie wijt het vooral aan de bekrompen seksuele opvoeding van toen. “Op school leerden ze ons ‘Jan Van Pas komt later wel’ en daar moesten we het mee doen. Mijn ouders hebben dan maar een poging gedaan om het mij uit te leggen via de bloemetjes en de bijtjes en de vogeltjes, maar ik kon alleen denken: “Wat willen die van mij, jong?”

Krie was zelf kunstschilderes in haar jonge jaren.

Krie wordt onverwacht zwanger van een zoontje, dat later Ferdinand (Ferre) zal heten. “Ik was echt nog een kind”, zegt ze. “Ik speelde nog met mijn teddyberen, toen ik zwanger was van Ferre. Mijn ouders wilden dat ik thuis bleef en mijn studies afmaakte. Dan pas zou ik hun zege krijgen om met Ferre te trouwen. Die had ik nodig, want ik was minderjarig. Natuurlijk heb ik dat niet gedaan. Ik wou direct naar Ferre; ik moest direct naar Ferre.”

Krie wilde trouwen in een kerk, maar daarvoor moest ze naar Antwerpen. “De deken van Sint-Niklaas wou mij niet huwen. Ik hoor het hem nog zeggen.  ‘Ik zal bidden dat Ferre morgen niet komt’. Je kon onze genodigden op één hand tellen”.

Krie’s zus was twee maanden eerder in een dodelijk ongeval gestoven, dus veel animo voor een feest, was er niet. “Mijn mama’s haar viel uit en ze zag helemaal wit. Wij zouden trouwen, maar het was vooral rouwen.”

Het trouwportret dat Ferre maakte voor zijn verloofde, Krie. Het is de kleurrijke blikvanger in haar leefruimte. Voor een degelijke omlijsting was er geen geld, dus Ferre timmerde het kader zelf ineen. Dat heeft het intussen deels begeven.

 

Ferre Grignard (links) met zijn echtgenote Krie De Vylder (rechts).

1 maart 1963 is het zover: de Familie Grignard is een feit. “Ferre was dolblij en fier met zijn zoon. In het moederhuis schreef hij voor hem de song The Zoo. Hij was een zachte, lieve vader die goed kon spelen met zijn zoon. Als Ferre soms weende of lastig was, speelde mijn man op zijn gitaar en kwam alles weer goed”, aldus Krie.

Foto: Heleen Dekoninck – Mama Krie en papa Ferre met hun pasgeboren zoon, Ferdinand (ook Ferre).

“Ik ben met een kunstschilder getrouwd, geen zanger”, zegt Krie. “Ferre maakte protestkunst omdat onze rechten als kunstenaars beperkt waren. Als Ferre een schilderij verkocht gingen we met z’n allen patatten met ajuinsaus eten. Er bleef  nauwelijks geld over. Ferre is pas beginnen zingen omdat we honger hadden.”

Zonder beha op straat

Krie en Ferre zingen tijdens de feestdagen samen kampvuurliederen in cafés. “Toen De Muze open ging, begonnen wij te werken als barman en serveuse. Wij waren wereldverbeteraars. Of dat geloofden we althans. Onze generatie zou de wereld veranderen. We organiseerden uitvinderssalons en manifestaties met Wannes Van De Velde en Panamarenko. Ik heb veel betogingen meegemaakt, onder meer om te strijden voor de vrijheid van de vrouw. Zonder beha.”

Walter Masselis, de baas en oprichter van “De Muze” zei daarover in een gesprek met Humo (2013): “Toen ik juist De Muze had opgericht, is Ferre Grignard bij mij begonnen als barman. Tappen, daar was hij niet slecht in, maar ik wist dat hij nog beter gitaar kon spelen en zingen. Zodoende heb ik hem een keer een akoestisch optreden laten geven op een donderdagavond, zeg maar bij wijze van experiment. Daar kwam zo veel volk op af dat ik hem heb gezegd dat hij iedere donderdagavond mocht optreden – ik zou dan wel in zijn plaats achter de toog gaan staan. En zo gezegd, zo gedaan. Aanvankelijk speelde hij nog op z’n eentje – ik had een micro en geluidsversterking gekocht, dus het hele café kon hem horen – maar algauw had hij een heel groepje rond zich verzameld, met een extra gitaar, een bas en een wasbord. Na een tijdje ben ik op het idee gekomen om van Ferres populairste nummertje Ring, ring, I’ve got to sing een singletje te maken. We zijn het dan gaan opnemen in een Antwerpse club waar ze een bandopnemer hadden staan, en daarna hebben we het laten persen op vijfhonderd exemplaren, die we voor een klein bedrag aan de klanten verkochten. In een mum van tijd waren die de deur uit.” Datzelfde nummer haalt kort nadien een platencontract bij Philips binnen.

Vleesbrokjes voor de baby

Ondanks al dat moois bracht Krie haar kind groot op een zolder. “We hadden één stukje vlees voor onze kleine Ferre. Hij mocht dat opeten en Ferre en ik, wij aten de saus. Dan hoopte we dat de kleine Ferre weinig honger had en een stukje vlees liet liggen. Als we écht honger hadden, konden we nog altijd bij mijn ouders terecht. Dat was minder leuk, omdat mijn moeder altijd moest wenen om ons leven. Mijn ouders keurden mijn leven volledig af, maar ik kwam met hun kleinzoon. En sinds het verlies van mijn zus, konden ze de deur niet gesloten laten.”

 

Krie (rechts) met een vriendin (links) op Jazz Bilzen, de Vlaamse tegenhanger van Woodstock waar Ferre die avond optrad. Krie weet nog exact waarom ze zo treurend omlaag kijkt: de vrouwelijke aandacht die Ferre kreeg.

 

Slaapfeestjes, drugs en rock & roll

Van zodra Ferre een vaste attractie werd in De Muze, nam zijn zangcarrière een spurt. Hij werd gelanceerd als artiest op Jazz Bilzen en vanaf dan werd het alleen maar gekker. “Ik ben iemand die kijkt en ik heb veel gezien”, zegt Krie met een trillende stem. Ze windt er geen doekjes om, al ben ik een volkomende vreemde voor haar. Ze vertelt genadeloos over elk sappig detail: “Ik heb veel verkeerd zien gaan, zelfs in mijn eigen relatie. Ik was nooit akkoord met wat ik zag en toch kon ik alleen maar toekijken.”

Krie wilt geen ‘hippie’ genoemd worden. “Je kon ons misschien wel bij de hippies rekenen. Eigenlijk niet. Je kon de hippies bij óns rekenen, omdat we allemaal streefden naar rechtvaardigheid en sociaal geëngageerd waren. Ik ben altijd heel preuts gebleven. Ik droeg mijn opvoeding te veel mee om een volwaardige hippie te zijn. Zo werden we eens uitgenodigd in een commune in Antwerpen. “Neem een kussen mee”, zeiden ze. Ik stelde mij daar geen vragen bij, maar toen ik aankwam, wist ik wat mij te wachten stond. Ik heb gekeken, een joint gerookt en ben zo snel mogelijk weer naar huis gegaan. Daarna ben ik nooit meer teruggegaan.”

Leven met een notoire dronkenlap

Op de kunstacademie wordt Krie steeds meer als model gevraagd. Voor ze het goed beseft, prijkt ze op de affiche van de sensibiliseringscampagne ‘Eet meer fruit’. Zo snel als ze erin rolde, moest ze er ook weer uit. De modellenwereld was te heftig voor Krie en bovendien was Ferre verschrikkelijk jaloers.

Het affiche van de ‘Eet meer fruit’ campagne waarvoor Krie model stond.

Het leven van Krie en Ferre ging er schijnbaar op vooruit, maar niet zo achter de schermen. “Ons leven was er een  van drank en vrouwen. Overal waar we kwamen, stonden er pinten klaar en van zodra Ferre internationale aandacht kreeg, werd hij gewoon voor mijn neus uitgekleed”, getuigt Krie, na al die jaren nog steeds op geërgerde toon.

Het is geen geheim dat Ferre en zijn entourage altijd alcohol, sigaretten en drugs op zak hadden. De inmiddels overleden Nederlandse protestzanger Armand herinnerde het zich nog helder, wanneer hij voor Viva Vlaanderen een interview geeft aan Radio 2 : “Ik moest in 1966 met de Ferre in Turnhout optreden. Dat was de eerste keer dat ik met softdrugs kennismaakte. Wat velen niet weten, is dat Antwerpen eerder een centrum was van de blowscene dan Amsterdam. Pas nadien heeft het zich naar ginder verplaatst.”

Ook de schuchtere Krie ontsnapt niet aan zijn invloed. “Ik ben toen beginnen roken en ik ben het altijd blijven doen. Ik heb daaraan zelfs een long verloren. Maar ik heb nooit meer een druppel alcohol aangeraakt. Ik zag wat alcohol deed met Ferre.” Krie moet toezien hoe haar echtgenoot een notoir dronkenlap wordt. Even vaak wordt hij buiten gegooid op cultuurcentra, als hij wordt uitgenodigd. Ferre verdient genoeg geld, maar kan het niet beheren. Zijn optredens zijn vaak niet meer dan wat zatte noten, áls hij überhaupt al komt opdagen.

Afscheid

Krie beslist in 1969 om Ferre te verlaten en dat brandmerkt Ferre voor de rest van zijn leven. Zijn vriend Wannes Van de Velde: “Ferre was getrouwd met Krie de Vylder, een bloem van een vrouw uit Sint-Niklaas, een van de lieftalligste vrouwen die ik ooit heb gekend. Op zekere dag en tamelijk overnight, gaan die twee uit elkaar. Toen heb ik Ferre zien veranderen, toen heb ik die barst zien ontstaan, een stilte, een zwijgzaamheid, een diepte. Toen heeft hij gerebelleerd tegen zijn eigen ongeluk. Hout barst als het uitdroogt, als het niet meer plooibaar is.”

Ferre boekte op het hoogtepunt van zijn carrière de Olympia in Parijs en de “Star Club” in Hamburg, waar The Beatles en Jimi Hendrix voor hem nog furore maakten. Hij verdiende bakken geld en wou niet scheiden van Krie, dus hij huurde een dure advocaat. “Geld is echt de pest”, zegt Krie tussendoor. “Ik heb ook graag geld voor het nodige, maar het zet een mens aan tot bedrog. En ik ga mij nóóit laten omkopen, voor niets. Zelfs niet voor Ferre.”                                                                                      

Krie hervindt haar “Chi”

Krie gaat uiteindelijk alleen wonen, met haar zoontje, en wil meteen een nieuwe start. Ze rolt een wereldkaart open en stippelt een reis uit van 4 maanden. Ze ontwerpt zelfs een autootje dat moet dienen als vervoersmiddel en hotel. Aan de achterkant van de wagen hangt ze blauwe politielampen die ze God-weet-waar heeft gevonden. Later wordt de auto in beslag genomen door de Belgische politie.

Vraag Krie niet waar ze allemaal is geweest, want ze antwoordt simpelweg “Waar niet?”. Ze trekt met haar zoon in de koffer naar vissersdorpen, waar ze vaak gratis eten  krijgen van de plaatselijke bevolking. Slapen doen ze in  bossen of op het strand. Met haar lang blond haar is ze een bezienswaardigheid in zuiderse landen. “Soms moest ik een hoofddoek dragen, want iedereen kwam aan mijn haar voelen.”

Begin jaren ’80 wordt Ferre Grignard ernstig ziek en wat volgt, is een periode van turbulentie. Ferre bezoekt zijn zoon regelmatig en stuurt Krie voortdurend brieven. “Als hij dronken was of  morfine kreeg, schreef hij echt rare dingen, zelfs pornografische zaken. Die heb ik ervan tussen gehaald en in het haardvuur gekeild.”

In één van de handgeschreven brieven op lichtroze papier schrijft Ferre dat hij niet kan schilderen, dat Krie hem moet geloven; hij is krankzinnig verliefd op haar. “Vergeef me, ik ben maar een schilder en geen Balthazar”, schrijft hij. Balthazar was een poëet die een dichtbundel aan Krie opdroeg. En Ferre bleef maar doorgaan over de aanbidders die Krie had: “Laat die hypocrieten maar zwammen, Van Cleemput en co. Ik hou van jou, meer nog dan de bloemen van de zon”. Iedereen refereerde naar Krie als ‘de zon’.

“Ik heb soms getwijfeld om terug te gaan”, geeft Krie toe, “maar dan kwam ik bij hem en zat hij ladderzat met een andere vrouw en dan keerde ik me om. Dan was ik een paar weken niet aanspreekbaar, als hij mij dat lapte.”

Ferre overlijdt op 43-jarige leeftijd aan keelkanker. Krie neemt met veel pijn afscheid van een complexe liefde, een trouwe vriend. De hoofdrolspeler in haar jonge leven. 

 

Hippie 2.0

Wat blijft er 50 jaar later nog over van Krie De Vylder?

Veel, dat kan ik u beloven. Wanneer je met haar praat, geraak je als vanzelf betoverd. Van het magere pensioen dat ze krijgt, schenkt ze elke maand iets aan het goede doel. Ze zegt dat haar generatie niet geslaagd is als ‘wereldverbeteraars’. Met de rest van haar budget betaalt ze haar groendak. “Omdat ik hoop dat bijen en vogels daar toch iets aan hebben” .

Om nog wat bij te verdienen werkt ze in de culturele sector: in musea en nu in het Huis Van De Sint. Ze blaast volgend jaar 74 kaarsjes uit, maar vreet nog altijd kilometers met haar fiets.

Krie heeft ook een nieuwe partner, maar die houdt ze op afstand. Ze kiest ervoor om alleen te wonen met haar ongezond dikke kat, die ze zelf “volslank” noemt. Aan de binnenmuren van haar huis hangen foto’s en schilderijen van haar twee Ferres en haar moeder.

Krie heeft nergens spijt van en is altijd gelukkig geweest. Haar zoon studeerde geneeskunde en werkt nu als arts in Zottegem. Ze heeft drie kleinkinderen die haar doen denken aan Ferre Grignard. “De jongste droomt er zelfs van om ooit in de voetsporen van haar grootvader te treden”.

Er zijn dagen dat Krie’s woonkamer gonst van de vrienden, als was haar living een soort café De Muze. Op  andere dagen, als ze dan écht alleen is,  maakt ze heerlijke broccolisoep.

Foto: Heleen Dekoninck