Jacht op rokers in de horeca blijft geopend

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het tweede jaar met als onderwerp beeldenverteller.

©Ines Watté

 

Kunt u het zich nog voorstellen? Na een avond op café wakker worden met de muffe geur van sigarettenrook? Wellicht niet, want het rookverbod is na zeven jaar al stevig ingeburgerd. Toch steken sommige mensen op café of restaurant nog altijd ongegeneerd een sigaret op. “Zo’n mensen moeten wij wakker schudden”, vertelt Koen*, controleur van de Fod Volksgezondheid. “Niet voor zichzelf, maar voor hun omgeving. We hebben maar één lichaam en daar moeten we zorg voor dragen. Ik ben controleur, maar ik noem mezelf eerder verkoper. Ik verkoop gezondheid.”

“Controleurs zijn niet geliefd in de horeca. We krijgen vaak verwijten naar ons hoofd geslingerd. ‘Heb je niets beters te doen? Heeft de staat nog niet genoeg geld?’ Er zijn amper mensen die sportief reageren als we hen betrappen met een sigaret op café. Door alcohol zijn cafégangers vaak loslippig of agressief. Daarom zijn we meestal met twee op pad.”

Europa riep in 2006 alle nationale parlementen in Europa op om een rookverbod op openbare plaatsen in te voeren, inclusief cafés en restaurants. De aanleiding was het rapport ‘Lifting the Smokescreen’ van de European Respiratory Society. Daarin stond dat voor elke acht mensen die sterven door actief te roken, er eentje sterft als gevolg van passief roken. Rokers brachten de gezondheid van hun omgeving veel meer in gevaar dan men tot dan toe dacht. België volgde de raad van Europa op. In 2006 kwam er rookverbod op het werk, in 2007 op restaurant en in 2009 mocht er niet meer gerookt worden in openbare ruimtes. Cafés, casino’s en discotheken kregen nog respijt. Maar in 2011 kwam daar verandering in en kwam er een algemeen rookverbod in de horeca.

Controles bewijzen hun effect

Twee diensten controleren of het rookverbod in de horeca wordt nageleefd. De Tabakscontroledienst van de Fod Volksgezondheid controleert in cafés en het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen voert controles uit in eetgelegenheden. Sinds 2013 stelt de Fod Volksgezondheid een systematische daling van het aantal inbreuken vast. Toch overtrad in 2016 nog altijd 13 procent van de gecontroleerde cafés het rookverbod. Controleren blijft dus zinvol en broodnodig.

“In 2011 overtrad amper 10 procent het rookverbod op café”, zegt Paul Van den Meerssche, hoofd van de dienst Veiligheid van de Voedselketen van de Fod Volksgezondheid. “Dat is heel weinig. Het probleem was dat we vooral overdag en in de steden controleerden. Cafés verwittigden elkaar en moffelden alle sigaretten weg voor de controleurs aankwamen. Ook schreven we de eerste twee maanden van het rookverbod niet meteen boetes uit, maar gaven we eerst een waarschuwing.”

“Sinds 2012 voeren we ‘s nachts meer controles uit en dat heeft z’n effect niet gemist. In 2013 steeg het percentage inbreuken naar 22 procent. Sindsdien daalt het aantal inbreuken op het rookverbod in cafés systematisch”, vult Paul aan. “In restaurants is het rookverbod algemeen aanvaard en betrappen we maar af en toe een roker.”


Betekent het rookverbod de ondergang van cafés?

©Ines Watté

“We krijgen veel controle”, vertelt Carine Pien, uitbaatster van café De Zoeten Inval. “Er mag zelfs niet gerookt worden als ik het café poets op mijn vrije dag. Dat vind ik overdreven. Voor ons, zelfstandigen, is het rookverbod echt geen goede zaak. Onze omzet is sterk gedaald.” Ook An Caryn van jongerencafé James vindt het rookverbod een spijtige zaak. “In 2011 hadden we een heel lage omzet. Negentig procent van onze klanten was roker, zij bleven dus allemaal weg. Vandaag maken ze er gelukkig geen probleem meer van dat ze binnen niet mogen roken.”

 

Het is natuurlijk gemakkelijk om de schuld van een faillissement bij het rookverbod te leggenControleur Koen

Heel wat caféuitbaters klagen over een dalende omzet, sommigen beweren zelfs dat het rookverbod de oorzaak is van hun faillissement. Cijfers bevestigen dat er in 2011 782 cafés failliet gingen. Dat zijn er 102 meer ten opzichte van het jaar daarvoor, en is de hoogste stijging tussen 2007 en 2016. “Maar”, legt controleur Koen uit: “Het is natuurlijk gemakkelijk om de schuld van een faillissement bij het rookverbod te leggen. Het grote aantal faillissementen in 2011 komt volgens mij door een samenloop van omstandigheden. Zo waren er bijvoorbeeld de naweeën van de economische crisis van 2008. Heel wat cafés waren voor het rookverbod al niet levensvatbaar. Wij vroegen ons vaak af hoe die mensen van hun zaak konden leven. Ook lieten enkele caféuitbaters hun klanten toe om te roken als het rookverbod al ingevoerd was. Het verbod zal voor enkele cafés de doorslag gegeven hebben, maar het is zeker niet de enige schuldige. Het rookverbod werkte voor ettelijke cafés zelfs positief. Zij hebben nu méér klanten, net omdat er niet meer gerookt wordt.”

Niet enkel de omzet- en faillissementcijfers baren horeca-uitbaters zorgen. Els Porrez, uitbaatster van Café The Joker heeft geen rookkamer of terras en vindt het lastig dat haar klanten naar buiten moeten om een sigaret op te steken. Buiten roken mag van de wet, maar daar is niet iedereen blij mee.

Mensen die buiten roken, gooien hun sigarettenpeuken zomaar op de grond ©Ines Watté

Mensen die buiten roken, gooien hun sigarettenpeuken op de grond en maken soms heel veel lawaai. Dat zorgt voor overlast bij de buren. De Horecacoaches van Stad Gent hebben daar iets op gevonden. Op 17 november 2017 lanceerden ze de sensibiliseringsactie Ssst! De buren, weetwel! Horecacoaches deelden bierviltjes uit met deze slogan om rokers er bewust van te maken dat ze weleens voor geluidsoverlast zorgen.

 

 

Een oplossing voor geluidsoverlast is de rookkamer, tenminste als dat voor de caféuitbater financieel en praktisch mogelijk is. Het is de enige toegestane afwijking van het rookverbod. “Wij adviseren meteen om een rookkamer te installeren”, zegt controleur Koen. “Maar die moet wel aan specifieke voorwaarden voldoen. Voor velen was dat in het begin niet helemaal duidelijk. Sommige cafébazen hadden in hun rookkamer gokspelen of een tv gezet. Ze maakten er een echte lounge van. Dat is niet de bedoeling. Een rookkamer is als een toilet. Je gaat ernaartoe om je ding te doen en daarna keer je terug. Vandaag zie ik nog veel rookkamers die niet in orde zijn. Vaak staat de rookafzuiging niet aan of staan de deuren open. Soms zijn rookkamers een doorgang naar het toilet of wordt er drank geserveerd.”

Terrasverwarming

Het terras van Gino Mestdagh ©Ines Watté

In tegenstelling tot de meeste caféuitbaters vindt Gino Mestdagh, uitbater van café De Reinaert het rookverbod ‘echt een goed systeem’. “Mijn café blijft proper. Geen sigaretten of as meer op de grond. Zalig toch? Vroeger moest ik elk jaar mijn plafond afwassen. Dat is dankzij het rookverbod niet meer nodig. Ook mijn klanten vinden het verbod geen probleem. In het begin waren er enkelen die vroegen of ik geen oogje wilde dichtknijpen. Ik begreep hen wel. Buiten roken is niet plezant. Daarom heb ik voor terrasverwarming gezorgd. Zo kunnen rokers buiten warm en op het gemak hun sigaret roken.”

Jagen op sluipend vergif

Gino is een uitzondering, want heel wat caféuitbaters zijn nog altijd tegen het rookverbod. Dat is verwonderlijk, zeker als je weet wat roken in de horeca veroorzaakt voor niet-rokers. Tabaksrook wordt weleens de zachte moordenaar van niet-rokers genoemd.

Wie meerookt ademt onvrijwillig omgevingstabaksrook in. Die rook bevat ongeveer 7000 chemische stoffen, waarvan er 250 schadelijk zijn en meer dan 50 kankerverwekkend. Schadelijk voor de roker, maar ook voor zijn omgeving.

Omgevingstabaksrook bestaat uit vier verschillende soorten rook. Primaire rook of hoofdstroomrook wordt geïnhaleerd door de actieve roker. Secundaire rook of zijstroomrook komt rechtstreeks uit de sigaret. De rook die uitgeblazen wordt door de roker, heet tertiaire rook. De laatste soort is de quaternaire stroom, ook wel third-hand smoke genoemd. Dat zijn giftige stoffen die blijven hangen in zetels, matten of kledij lang nadat de sigaret is uitgedoofd. Die rook is vooral gevaarlijk voor kinderen, peuters en baby’s.

Voor passieve rokers is secundaire rook het schadelijkst. Omdat deze rook rechtstreeks van de sigaret in de omgeving terechtkomt, is hij ongefilterd en bevat hij hogere concentraties kankerverwekkende en giftige stoffen dan bijvoorbeeld tertiaire rook. Die wordt eerst gefilterd door de longen van de roker. Als rook daarenboven geconcentreerd wordt in een afgesloten ruimte, nemen de schadelijke effecten toe. Hoe kleiner de ruimte, hoe groter het risico op gezondheidsproblemen.

Meeroken veroorzaakt 10 procent van de hartaanvallen

Passief roken zorgt voor een waslijst aan gezondheidsproblemen. Sommige gevolgen kunnen levensbedreigend zijn. Zo hebben passieve rokers twintig à dertig procent meer kans op een beroerte, een hersenvliesontsteking én op longkanker. Meeroken veroorzaakt maar liefst één op de tien hartaanvallen. Daarnaast hebben passieve rokers een verhoogde kans op chronische bronchitis, een verminderde werking van de longen, astma en andere ademhalingsproblemen. Er kan ook irritatie optreden van de slijmvliezen, de ogen en de neus. Bovendien hebben passieve rokers af en toe concentratiestoornissen, hoestbuien en geur- en smaakklachten. Soms worden ze duizelig, vermoeid of zelfs misselijk.

Passieve rokers lopen ook het risico minder vruchtbaar te zijn. Meeroken tijdens een zwangerschap kan leiden tot vroeggeboorte en een laag geboortegewicht. Ook na de geboorte zijn kinderen extra kwetsbaar. Een baby die passief rookt heeft dubbel zo veel kans op wiegendood, een lager ontwikkelingsniveau, groeiachterstand en ademhalingsproblemen. Ze zijn sneller ziek en krijgen vaker huid- en luchtwegproblemen. Daarnaast beschadigt tabaksrook de aderen van kinderen, wat op lange termijn kan zorgen voor hartproblemen.

Passieve rokers lopen het risico minder vruchtbaar te zijn

Het is iemands eigen keuze om te roken en zijn eigen gezondheid in gevaar te brengen, maar het is helaas niet iemands eigen keuze om passief te roken. Net daarom besliste de overheid om maatregelen te nemen. Niet-rokers moesten beschermd worden tegen tabaksrook.

Wat heeft de jacht al opgeleverd?

Is de overheid in zijn opzet geslaagd? Om concrete cijfers en gevolgen te zien van het rookverbod in de horeca, is het nog te vroeg. De meeste van de hierboven opgesomde gezondheidsproblemen komen vaak pas na vijftien à twintig jaar tevoorschijn. Waar we wel al zicht op hebben, zijn de gevolgen op de gezondheid van het rookverbod op het werk in 2005. In opdracht van de Vlaamse Liga tegen Kanker heeft Tim Nawrot, professor biologie aan de Universiteit van Hasselt, de gezondheidswinst van het rookverbod op de werkvloer in Vlaanderen onderzocht. Daaruit blijkt dat er jaarlijks 400 minder doden waren door een hartinfarct. “De cijfers tonen aan hoe belangrijk het rookverbod is”, zegt professor Nawrot. “Natuurlijk is het aantal hartinfarcten gedaald door goede medische zorgen en preventie, maar het rookverbod zorgde voor een extra daling.”

Ook het risico op vroeggeboorte is gedaald met 3,13 procent. “We hebben naar alle andere mogelijke verklaringen gekeken, zoals een verandering van medicatie of de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, maar die factoren speelden niet mee”, bevestigt professor Nawrot.

De cijfers van het onderzoek gaan tot december 2009. De invloed van het rookverbod in de horeca werd dus nog niet onderzocht. Maar op basis van deze onderzoeksgegevens en de resultaten uit internationale literatuur nemen onderzoekers aan dat de daling van het aantal hartinfarcten en vroeggeboortes zich verder zal zetten.

Helft meer oproepen bij Tabakstoplijn

Naast de positieve gevolgen voor de gezondheid van de niet-roker, heeft het rookverbod in de horeca er ook voor gezorgd dat meer mensen willen stoppen met roken. Zo kreeg de Tabakstoplijn in de zomer van 2011, een maand na de invoering van het rookverbod, ruim de helft meer oproepen dan in dezelfde periode van het jaar daarvoor. “In juli 2011 kregen we 1.217 oproepen, tegenover 714 oproepen in 2010”, vertelt Suzanne Gabriëls van de Tabakstoplijn. “Omdat er in die periode geen antirookcampagne liep, is die forse stijging zonder twijfel toe te schrijven aan de invoering van het rookverbod.”

Volgens Christine Plets van de Stichting tegen Kanker helpt het rookverbod ook om niet te hervallen in oude rookgewoontes en om jongeren minder aan te zetten om te beginnen roken. “Er zijn heel wat argumenten te vinden om achter het rookverbod te staan, voor de rokers zelf maar vooral voor zijn omgeving.”

Moet het rookverbod uitgebreid worden?

Verbied het roken en we leven nog lang en gelukkig. Die spreuk klinkt voor velen als muziek in de oren, maar zo ver zal het de eerste jaren nog niet komen. Een algemeen rookverbod zou indruisen tegen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Roken verbieden zou een aanslag zijn op het recht op zelfbeschikking van de roker. Daarnaast is zo’n verbod volgens een studie van de KU Leuven onmogelijk controleerbaar.

“Er worden nog altijd heel wat kinderen blootgesteld aan passief roken in hun woning”, vertelt Christine Plets van de Stichting tegen Kanker. “Daar kan niemand voor beboet worden. Om roken in de huiskamer toch tegen te gaan, heeft Kom op Tegen Kanker de campagne ‘Binnen roken is nooit oké’ gemaakt. Zo proberen we ouders op hun verantwoordelijkheden te wijzen en hen duidelijk te maken dat binnen roken passé is.”

Wat wel kan is het ‘recht op roken’ buiten de privésfeer inperken. In Engeland, Wales, Frankrijk en Italië mag sinds 2015 niet meer gerookt worden in een auto als een kind of jongere onder de 18 jaar meerijdt. Roken in de auto veroorzaakt namelijk tot 27 keer hogere concentraties kankerverwekkende stoffen dan roken in huis. Een autoraampje openzetten volstaat absoluut niet om die stoffen te verwijderen. Meeroken is ongezond voor iedereen, maar kinderen zijn extra gevoelig. Ook hebben zij, in tegenstelling tot volwassenen, meestal niet de keuze om wel of niet in een auto te stappen waarin iemand rookt. Steeds meer landen voeren daarom een rookverbod in de auto in als kinderen meerijden.

Roken in de auto veroorzaakt 27 keer hogere concentraties kankerverwekkende stoffen dan roken in huis

Ook in België komt er schot in de zaak. Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege wil roken in auto’s met kinderen verbieden, net als haar Waalse collega haar dat voordeed. Omdat er op Federaal gebied weinig beweegt, nemen de Waalse en Vlaamse regeringen het heft in eigen handen. “Een federaal verbod zou eenvoudiger zijn, maar we kunnen dit ook vanuit onze bevoegdheid”, vertelt de woordvoerder van Joke Schauvliege.

Als het van de bevolking afhangt, mag zo’n verbod er gerust komen. Uit een enquête van de Stichting tegen Kanker van oktober 2017 blijkt dat 93 procent van de ondervraagden achter het rookverbod in de auto staat. Bij de rokers zelf gaat het om 88 procent. Ook rokers willen dus hun kinderen beschermen tegen tabaksrook.

De overheid moet ervoor zorgen dat roken niet langer als cool gepercipieerd wordt Onderzoekers KU Leuven

Er is een sterke maatschappelijke drang om de regels te verstrengen en de passieve roker te beschermen, maar volgens het onderzoek van de KU Leuven kan zo’n strenge aanpak contraproductief werken. Het is efficiënter om meer te informeren, te ondersteunen en te begeleiden. Wat volgens de onderzoekers de beste optie is voor de overheid, is inzetten op preventie- en informatiecampagnes, waarbij mensen aangemoedigd worden om te stoppen met roken. Volgens de onderzoekers zou de overheid moeten bereiken dat roken niet langer als cool gepercipieerd wordt.

Op jacht met controleur Koen

– REPORTAGE –

Dinsdag 5 december. Vandaag is controledag. Koen heeft zich goed voorbereid. “Ik maak op voorhand altijd een lijst met cafés die ik die dag zal controleren. Om mijn route te bepalen kijk ik naar klachten die binnengekomen zijn of ga ik naar plaatsen waar het lang geleden is dat ik er geweest ben.” Koen en zijn team moeten zelf op zoek naar cafés in hun zone. “We gebruiken dus nog vaak de Gouden Gids”, lacht Koen. Naast cafés controleren ze bijvoorbeeld ook jeugdhuizen, speelhallen of bussen van De Lijn.

Het eerste café dat vandaag op de planning staat is een waar Koen al enkele keren is langs geweest. Vorige keer kreeg de uitbater een proces-verbaal omdat er binnen gerookt werd. Ook kreeg hij een waarschuwing omdat er werd gerookt op een terras dat niet aan de voorwaarden voldeed. “Als je wil roken op een terras, moet het minstens langs een kant volledig open zijn, en dat was niet het geval.” Op weg naar het café vertelt Koen over zijn job. “Ik doe dit al elf jaar. Toch is elke dag opnieuw spannend. Zullen ze zich deze keer aan de regels houden?” Jammer. Het café is uitzonderlijk gesloten. “Dat zijn onverwachte omstandigheden waar je rekening mee moet houden. De openingsuren van cafés zijn heel uiteenlopend en niet te voorspellen.” Op weg naar het volgende café hoort Koen op de radio dat de prijs van bier binnenkort zal verhogen. “Luister! Dat kan ervoor zorgen dat cafébazen ambetant rondlopen en rapper op hun tenen getrapt zijn.”

Geen evidente job

“Controleur zijn is geen evidente job. Velen laten niet toe dat je binnendringt in hun genotswereld. Als mensen vragen wat voor job ik doe, zeg ik dat ik voor Volksgezondheid werk. Details vertel ik niet. Enkel mijn familie en dichte kennissen weten wat ik doe. Dit weekend ging ik naar het verjaardagsfeest van mijn broer. Gelukkig werd er niet gerookt. Soms durven ze dat met opzet doen om me uit te dagen. Er waren een paar mensen die wisten welke job ik uitoefen en zij polsten of ik bepaalde cafés al gecontroleerd had. Op zo’n vragen ga ik niet in. Voor mij ligt het heel gevoelig als ze in m’n privéleven over mijn werk praten.”

Ondertussen rijdt Koen voorbij een café dat ook een restaurant is. “Hier ga ik bewust niet binnen. Mijn vader komt hier af en toe eten. Ik ben dus te betrokken en wil geen problemen zaaien. Ik laat dit café over aan mijn collega. We zijn met een dertigtal werknemers en ieder heeft zijn regio.”

Koen nadert het volgende café. Hij parkeert zich niet voor de deur, wel een meter of twintig verderop. “Ik zorg ervoor dat ze me niet van ver zien aankomen. Een sigaret of asbak is rap weggemoffeld.” Koen heeft een stevige pas en eens aan het raam snelt hij naar binnen. De caféuitbater leunt op zijn toog. Hij schrikt. De man lijkt gespannen en is zenuwachtig. Het café is leeg. Koen kijkt meteen rond en stelt zich voor.

De folder die Koen uitdeelt. V.U.: Dirk Cuypers

“Ik ben van de Fod volksgezondheid en ik controleer of cafés zich aan het rookverbod houden. Is alles hier in orde?”, vraagt Koen. “Jaja”, zegt de man. “U hebt in het verleden al twee keer een proces-verbaal gekregen”, antwoordt Koen. “Ik weet het”, zegt de caféuitbater. “Maar nu is alles in orde. Ik heb buiten een plek gemaakt waar er gerookt kan worden.” De man begeleidt Koen naar de achterdeur. “Dat ziet er allemaal goed uit.”

Sommige mensen schrijven mijn nummerplaat op en weten me zo te vinden Controleur Koen

Koen geeft de man een folder met regels over het rookverbod en gaat terug naar buiten. Hij stapt stevig door. Eens in de auto, ziet Koen in zijn achteruitkijkspiegel dat de cafébaas naar buiten komt en hem nakijkt. “Ik moet altijd zorgen dat ik snel weer weg ben. Sommige mensen schrijven mijn nummerplaat op en weten me zo te vinden. We rijden met onze eigen auto. Enkele collega’s hebben al meerdere keren met vandalisme te maken gekregen. De ruiten van hun auto werden ingegooid of hun banden werden plat gestoken. Het zijn vaak niet de cafébazen die zoiets doen, eerder mannen die amok willen maken. Daarom zijn we altijd voorzichtig.”

 

 

Fysiek geweld

“Het is al eens gebeurd dat iemand naar mijn huis kwam om me te bedreigen. Gelukkig was ik die dag niet thuis. Die man was naar mij op zoek. Gelukkig wist hij niet in welk huis ik precies woonde. Mijn buurman vroeg hem of hij naar iets op zoek was. Hij zei dat hij een controleur van het rookverbod zocht. Mijn buurman zag dat hij geen goede bedoelingen had en hij deed alsof hij me niet kende. Uiteindelijk is de man terug vertrokken.”

Als ik schrik heb, kan ik mijn job niet meer uitoefenen Controleur Koen

“Ik heb collega’s die echt al fysiek aangevallen werden. Zelf heb ik dat al twee keer meegemaakt. Niet dat ik een dreun op mijn hoofd kreeg. Wel hebben ze aan mijn kraag getrokken en op mijn borstkast getrommeld. Dat was heel ingrijpend voor mij. Ondanks alles heb ik geen schrik om te gaan werken. Als ik schrik heb, kan ik mijn job niet meer uitoefenen. Ik moet wel altijd in mijn achterhoofd houden dat ik voorzichtig moet zijn. Mijn vrouw vraagt me elke dag opnieuw haar een seintje te geven als ik mijn laatste klant gedaan heb. Ik doe dat altijd. Het is een ingebouwde veiligheid. Zo weet ze dat ik op de terugweg ben en dat het verdacht is mocht ik niet thuiskomen.”

“Voor onze veiligheid controleren we meestal per twee. Zo heb je altijd iemand ‘in je rug’. We hebben een speciale opleiding gekregen om onszelf te leren verdedigen. Maar als er problemen zijn, is de beste optie nog altijd weggaan. Wij zijn geen politiemannen. We zijn ambtenaren en kunnen niemand arresteren.”

Politiebijstand

“Als we op voorhand weten dat er problemen gaan zijn, vragen we aan de politie om met ons mee te gaan. Uit ervaring weten we dat heel wat mensen hun identiteitskaart bijvoorbeeld niet willen tonen. We vragen dat wel, maar we kunnen hen dat niet verplichten. Dan is de politie onze ‘sterke arm’. Maar als zij met ons meegaan, kunnen we amper twee zaken controleren. De tamtam gaat heel snel. Cafés verwittigen elkaar en zorgen ervoor dat alle sigaretten de deur uit zijn voor we aankomen. Daarom gaan we vaak anoniem op controle. We doen alsof we een klant zijn en we drinken iets. We zitten neer en observeren. Dat levert veel betere vaststellingen op.”

Vandaag gaat Koen niet anoniem, maar stelt hij zichzelf telkens voor. Hij rijdt door naar een speelhal. Een jonge kerel staat achter de balie. Hij is verbaasd dat er controle wordt gedaan. Het lijkt rustig en alles is in orde. Koen geeft een folder af en gaat door naar de volgende bestemming. “Er gebeuren niet elke dag spectaculaire dingen. Het kan er ook heel rustig aan toe gaan zoals vandaag. Gelukkig maar.”

Ik rook niet meer dankzij het rookverbod Caféuitbater

©Ines Watté

De laatste stop is de meest aangename. Buiten branden kaarsen. Er staan bloempotten en een grote peukenbak. De deur piept als Koen binnengaat. De uitbater is vriendelijk en werkt gemoedelijk mee. Koen stelt vragen en controleert ook de bovenverdieping en de toiletten. Daar wordt vaak stiekem gerookt. Hij deelt enkele rookverbodsstickers uit. “Het is verplicht dat aan elke ingang van de zaak én in de ruimte zelf duidelijk zichtbare rookverbodstekens hangen.” Dat is bij de man niet het geval. “Als die stickers er niet hangen, maak ik daar meestal geen probleem van. Ik geef de uitbaters een waarschuwing en vraag hen de stickers op te hangen. Als ze de volgende keer nog niet ophangen, komt er wel een sanctie.” De uitbater vertelt dat hij blij is met het verbod. “Ik rook niet meer dankzij het rookverbod.”

“Vandaag heb ik gedaan wat ik altijd probeer te doen”, vertelt Koen. “Mensen sensibiliseren door met hen te praten, en hen soms bekeuren als dat moet. Ik had vroeger de ambitie om verpleger te worden. Een groot deel van mijn familie werkt in die sector. Ik voel me daar erg tot aangetrokken. Met deze job heb ik toch het gevoel dat ik een steentje bijdraag aan de gezondheid van de mensen. Zoals ik eerder zei, ik verkoop gezondheid.”

* ‘Koen’ is een pseudoniem. Uit privacy- en veiligheidsredenen getuigde de controleur anoniem.