Van high-society naar publiekssport: de opmars van het Belgische hockey

| Dit artikel past in een opdracht voor studenten uit het derde jaar met als onderwerp bachelorproef.

Foto: Jukes

 

Hockey en België: een gouden combinatie is het nog niet geweest. Hockey is in ons land immers altijd een relatief kleine sport gebleven die in de schaduw stond van Koning Voetbal. Dat is vandaag nog steeds zo, maar in de zomer van 2016 waren de rollen toch even omgedraaid. Waar de populaire Rode Duivels zwaar ontgoochelden op het EK voetbal, kon de nationale hockeyploeg net niet voor een delirium zorgen door zilver te pakken op de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. De Red Lions zorgden zo voor een nieuwe medaillehype tijdens de voor België zeer succesvolle Spelen.

Strafcorners, stickfouten en videorefs. Amper een jaar geleden wist de meerderheid van de Belgen niet wat die woorden juist betekenen. Tot de Red Lions op 18 augustus 2016 in Rio de finale van het olympisch hockeytoernooi speelden. Het Belgische hockeyteam haalde dan wel een vijfde plaats in Londen in 2012, pas na hun zilveren medaille vorig jaar kende hun populariteit een echte boost.

De Red Lions op de Olympische spelen in Londen waar ze vijfde werden. Foto: diamond geezer (Flickr)

Traditionele hockeylanden als Nederland en India werden verslagen, en de enige ploeg waarvoor het Belgische elftal uiteindelijk in de finale moest buigen was een tactisch uitgekookt Argentinië. Die finale brak trouwens alle kijkcijferrecords voor hockey, met bijna 1.100.000 kijkers in Vlaanderen, en zelfs 1.253.938 op het piekmoment. Ter vergelijking: voor Rio 2016 haalde een hockeywedstrijd in België nooit meer dan 400.000 kijkers.

Plots was hockey een hype in het land. Maar het is ook niet zo dat de spelers al herkend worden op straat. “Daar is hockey nog iets te klein voor”, zegt Arthur Van Doren, een van de toppers van de Red Lions en van zijn club Dragons in Brasschaat. “Maar binnen het wereldje merk je dat wel, het is geweldig als jonge gastjes jou hun voorbeeld noemen en je herkennen als je op de club rondloopt.”

Foto: Stephan De Witte

En die jonge spelertjes, daar zijn er nogal wat van: de club Hasselt Stix bijvoorbeeld kreeg na de Spelen dubbel zoveel inschrijvingen als in een normale zomer, en zowel in Roeselare als bij hockeyclub Meetjesland moesten mensen geweigerd worden. Ook de hockeystages die de clubs in de zomer en herfst van 2016 organiseerden, zaten stuk voor stuk vol.

Aantal hockeyspelers in België

Aantal hockeyspelers in België | Piktochart Infographic Editor

Klik op de bovenstaande grafiek om hem interactief te maken. Hou de cursor net links van de topjes van de hockeysticks om de cijfers weer te geven.

Er is te zien dat de sport gestaag groeit, maar na de Olympische Spelen van 2012 in Londen en vooral dit jaar is er een stormloop bij de clubs. Is het einde in zicht, of is hockey goed op weg om zich qua populariteit te nestelen tussen sporten als voetbal, wielrennen en Formule 1? Hoe groot kan hockey worden? Drie specialisten laten er hun licht over schijnen: sportmarketingprofessor Wim Lagae van de KU Leuven, voorzitter van de Koninklijke Belgische Hockeybond Marc Coudron en Manu Leroy, directeur Sportproducten bij Telenet, dat de uitzendrechten van het Belgische hockey beheert.

Marc Coudron weet waarover hij praat, want de huidige voorzitter van de Belgische hockeybond was tot 2004 zelf hockeyspeler. “Toen ik nog speelde was het spel veel trager. De regels van het hockey waren toen bijna hetzelfde als die van het voetbal. Zo had je bijvoorbeeld de buitenspelregel en waren er slechts elf spelers. Nu zijn er zoveel regels aangepast zoals de afschaffing van buitenspel, het feit dat je kan blijven wisselen en dat er nu teams van zestien spelers zijn. Een andere grote verandering is de selfpass. Als je een vrije trap moet nemen in het voetbal, ligt het spel een tijdje stil. In het hockey kan je nu de bal meteen naar jezelf spelen waardoor alles veel vlugger gaat.”

Met het nieuwe format is hockey echt een leuke tv-sport geworden – Manu Leroy

Ook op televisie is het verschil met vroeger duidelijk merkbaar volgens Manu Leroy. “Het tempo in het hockey is echt hels geworden, het spel gaat op en neer. En de verwijdering van de buitenspelregel heeft de sport veel veranderd. Vroeger leunde hockey inderdaad erg dicht aan bij voetbal, maar nu gaat die vergelijking niet meer op. Met het nieuwe format is hockey echt een leuke tv-sport geworden, ook voor mensen die er misschien niet zoveel van kennen.”

Het ‘plafond’

Ook voor de spelers is de groei van hun geliefde sport uiteraard een mooie bonus na hun succes op het olympisch hockeytoernooi. Wij spraken met Arthur Van Doren, die deel uitmaakte van de selectie op het toernooi. De 22-jarige Van Doren speelt in België bij KHC Dragons en staat bekend als één van ’s werelds grootste hockeytalenten. Eind maart won hij nog de Gouden Stick, de prijs voor beste hockeyspeler van het voorgaande seizoen. Bovendien is hij door de Internationale Hockeyfederatie verkozen tot beste speler ter wereld die jonger is dan 23 jaar.

Het mag duidelijk zijn dat de groei van de sport volop aan de gang is. De vraag is hoe lang dat nog kan doorgaan. Volgens Wim Lagae is hockey in België al op een zogenaamd ‘plafond’ gebotst doordat veel clubs vol zitten. Hij gelooft niet dat de nieuwe clubs zullen blijven komen en dat de bouw van infrastructuur niet zal kunnen volgen.

Manu Leroy is optimistischer gestemd: “De kost en ruimte voor infrastructuur is inderdaad het grootste ‘probleem’. De traditionele Brusselse hockeyclubs zitten vaak in residentiële stadscentra, die kunnen niet echt uitbreiden. In Antwerpen is dat anders, daar benutten ze alle ruimte volledig. In België hebben enkel de Dragons vier velden, maar in Nederland zijn er bijvoorbeeld veel meer clubs die zoveel of meer velden hebben. Qua geografische spreiding en infrastructuur kan België dus zeker nog wat verbeteren, maar eens dat in orde is, kan de sport blijven groeien. Ik denk dus niet dat het Belgische hockey aan zijn plafond zit.

In vergelijking met andere veldsporten is hockey nog altijd vrij elitair – Wim Lagae

Het is geen toeval dat Leroy Brussel en Antwerpen als voornaamste voorbeelden aanhaalt, want beide steden waren – en zijn nog steeds – het epicentrum van het Belgisch hockey. Op onderstaande kaart is te zien waar in België hockey gespeeld wordt. Vooral op de as Antwerpen-Brussel zijn er veel clubs te vinden, terwijl er in de provincies Luxemburg en Namen nagenoeg geen clubs zijn.

Op de bovenstaande kaart staan alle geregistreerde hockeyclubs van België met hun ledenaantallen op 2 maart 2017. De clubs in de Audi Hockey League (de hoogste klasse) zijn in het blauw aangegeven. Het is erg duidelijk dat de grootste clubs van ons land zich concentreren in en rond Brussel en Antwerpen.

Elitair imago

“In de jaren ’80 en ’90 werd hockey in Vlaanderen beschouwd als een Waalse sport, in Wallonië als een Brusselse sport en in Brussel als een elitaire sport”, aldus Marc Coudron. In het verleden was dat ook zo, maar dat is tegenwoordig toch anders. “Onze waarden zijn minder elitair dan vroeger en het is een sport die nu overal gespeeld wordt: in Vlaanderen, Brussel én Wallonië. Toen we in de jaren ‘90 met 12.000 leden waren was het ongeveer fifty-fifty verdeeld tussen Nederlands- en Franstaligen. Momenteel is dat evenwicht er nog steeds en dat is voor mij zeer belangrijk.”

In de jaren ’80 en ’90 werd hockey in Vlaanderen beschouwd als een Waalse sport, in Wallonië als een Brusselse sport en in Brussel als een elitaire sport – Marc Coudron

Toch is het hockey volgens Lagae nog niet volledig uit haar oude, elitaire imago gegroeid. “Ik denk dat er in Antwerpen en Brussel nog veel clubs zijn met een sterk Franstalig accent, zowel letterlijk als figuurlijk.” Al erkent hij wel dat hockey op dat vlak inderdaad veel veranderd is. “Als je als sport wil groeien moet je in alle bevolkingsgroepen leden aantrekken. Hockey is zo van een hogere sociale status-sport naar een lichte upper middle class-sport geëvolueerd. Maar in vergelijking met andere veldsporten zijn ze nog altijd vrij elitair. Het blijft een gemengd beeld, er zijn nog altijd clubs die iets moeilijker toegankelijk zijn dan anderen.”

Concurrentie op televisie

Hockey mag dan wel populairder worden, de concurrentie van andere sporten om op televisie te komen is bikkelhard. “Naast wielrennen, voetbal en cyclocross is er weinig tot niets in België. Andere sporten komen bijna niet aan de bak”, zegt Coudron. “Op de populaire sporten hoeven wij ook niet jaloers op te zijn. Voetbal heeft rond de 500.000 actieve leden in ons land, dus het is normaal dat zij meer op televisie komen. Voetbal is zoveel groter. Vergelijk het maar met het EK in Frankrijk, waar er zo’n 3 miljoen tv-kijkers waren. Maar toch deed hockey het ook goed op de Spelen in Rio met 1,5 miljoen kijkers, al had dat nog meer kunnen zijn als we een gouden medaille hadden gehaald!”

Foto: Ian Patterson (Flickr)

Bij Telenet is er geen overweldigende verandering in het aantal kijkers. “Meer dan een miljoen Belgen heeft op Sporza die olympische finale bekeken, dat zijn cijfers die nog nooit gehaald waren in de Belgische hockeysport”, bevestigt Leroy. “Toch is er in de competitie geen bijzonder grote evolutie. Hockey blijft een relatief kleine sport in ons aanbod. De wedstrijden worden ook gespeeld om 15u en dat is vrij ongelukkig, aangezien dan voetbalwedstrijden uit de Jupiler Pro League en de Premier League gespeeld worden. Soms heb je op dat moment ook cyclocross en Formule 1, waardoor hockey dan pas op het vijfde of zesde kanaal te zien is. Het zou ideaal zijn als we dat wedstrijduur kunnen aanpassen. Daarover zijn we ook in gesprek met de Belgische hockeybond. 12u30 of 13u zou perfect zijn, zodat er geen concurrentie is met sporten die veel groter zijn dan hockey.”

Ik denk niet dat het Belgische hockey aan zijn plafond zit – Manu Leroy

Ook volgens Wim Lagae zal hockey in ons land nooit een echte concurrent worden voor voetbal en wielrennen. “Economisch gezien is Koning Voetbal qua businessmodel, qua verdieping en qua televisieaandacht onaantastbaar. Ook in de geschreven pers moet je de aandacht voor hockey met een vergrootglas zoeken. Wielrennen is dan weer een sport die het moeilijk heeft, al merken we daar in Vlaanderen niets van. Dat komt omdat die sport in ons DNA zit, iets wat met hockey het geval is in landen als India, Pakistan en Australië maar dus niet in België.”

Kan hockey dan niet de uitdaging aangaan door middel van een straffe marketingcampagne, zoals de Duivels onderweg naar het WK 2014 deden met hun Duiveluitdagingen? “De Rode Duivels zaten in een historisch diep dal en de link tussen de fans en de spelers was compleet zoek. Door sterke resultaten en een marketingcampagne heeft het publiek zich weer met hen verzoend. In hockey is die fanbasis, in vergelijking met voetbal, voorlopig nog te klein om echt zo’n soort Duiveluitdagingen te gaan doen. Op kleine schaal kunnen we wel leuke dingen doen. In oktober vorig jaar hebben we een heruitgave georganiseerd van de olympische finale tegen Argentinië, en daar zijn 10.000 supporters op afgekomen. We hadden eerst 5.000 kaarten voorzien, maar er was gewoon te veel interesse”, aldus Leroy.

Foto: Jukes! (Flickr)

Goud op Olympische Spelen

De vraag is nu: waar gaat de opkomst van het hockey eindigen? Bij de hockeybond kan men volgens professor Lagae alvast zichzelf op de borst kloppen. “Ik vind dat ze heel goed bezig zijn. Het is een goed geoliede machine, ze weten hoe ze de sport goed kunnen verkopen en qua sponsorwerving is de bond erg realistisch. Het is een modelfederatie die op het hoogste niveau goed meedraait. Je ziet de Belgische hockeybond ook op veel vormingsdagen. Ze weten waar ze naartoe willen.”

Dat de hockeybond weet waarop ze haar pijlen gericht heeft is duidelijk, want er zijn optimistische doelen gesteld voor de komende jaren. “Bij de vrouwen willen we dit jaar op het EK hockey de top vier halen en bij de heren mikken we op een Europese titel. Het zou een enorm belangrijk signaal zijn voor het EK dat in 2019 in Antwerpen wordt georganiseerd. Zowel de dames- als de herenploeg gaan zich proberen kwalificeren voor het WK 2018. En uiteraard gaan de Red Lions voor goud op de volgende Olympische Spelen in Tokio!”

Terug

De auteur

Sam Varewyck

De auteur

Glen Schaillie

De auteur

Laurens Penninck

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *